Portal for

U bent hier

Materieel Strafrecht

Materieel Strafrecht

6 ECTS-credits
150 uur studietijd

Aanbieding 2 met studiegidsnummer 1020543BNW voor werkstudenten in het 1e semester met een verdiepend bachelor niveau.

De informatie over dit studiedeel is van toepassing op het academiejaar 2016-2017.

Semester
1e semester
Inschrijving onder examencontract
Onmogelijk
Beoordelingsvoet

Beoordeling (0 tot 20)

2e zittijd mogelijk
Ja
Inschrijvingsvereisten
Volgtijdelijkheid: De student is ingeschreven in de Bachelor Criminologische Wetenschappen en voor "Recht en criminologie" en ""strafrecht en mensenrechten". Hiernaast heeft de student reeds 30 studiepunten verworven binnen de Bachelor Criminologische Wetenschappen waaronder een credit voor “Inleiding tot het recht”. Of de student is ingeschreven in de bachelor criminologische wetenschappen met studieduurverkorting. Of de student is ingeschreven in het voorbereidingsprogramma Criminologische wetenschappen. Of de student is ingeschreven in het schakelprogramma Criminologische wetenschappen. Of de student is ingeschreven in de Bachelor Sociologie. LET OP: Inschrijven voor deze aanbieding is daarnaast enkel mogelijk voor studenten die als werkstudent geregistreerd staan of die geregistreerd staan met een toelating om de specifieke lessen voor werkstudenten te volgen. Gewone studenten kunnen niet inschrijven voor de lessen behorend bij deze aanbieding, zij kunnen enkel lessen volgen van aanbiedingen waarvan het studiegidsnummer eindigt op een R.
Onderwijstaal
Nederlands
Faculteit
Faculteit Recht en Criminologie
Department
Criminologie
Onderwijsteam:
  • Silvia VAN DYCK (titularis)
    Onderdelen en contacturen
    • 24 contacturen Hoorcollege
    • 16 contacturen Werkvormen en Praktische Oef.
    • 100 contacturen Zelfwerk en -studie
    Inhoud

    Het vak strafrecht is een juridisch vak, waarbij de juridische aanpak van maatschappelijk straffen wordt onderzocht en uitgediept. We gaan na hoe een gedraging strafbaar wordt gesteld en hoe de bestraffing op maat van de feiten en van de dader wordt gesneden. Daarom onderzoeken we o.a. wat juridisch als misdrijf wordt beschouwd, welke uitbreidingen en beperkingen daaraan worden gesteld, welke straffen er zijn en hoe deze worden berekend.

    De stof wordt enerzijds gedoceerd in hoorcolleges en wordt anderzijds verder toegelicht, geconcretiseerd en ingeoefend tijdens de praktische oefeningen. Samengevat omslaat de  stof volgende grote delen:

    1. Algemene inleiding (structuur van het strafrecht, bronnen, … – P.M.)
    2. De strafwet: legaliteitsbeginsel, interpretatie van de strafwet, mensenrechten, toepassing in de tijd en in de ruimte (P.M.), toepassing naar persoon
    3. Het misdrijf: omschrijving, materieel en moreel element, indeling van misdrijven (driedeling, aflopende & voortdurende misdrijven, handelings & verzuimsmisdrijven,  ….), verzwarende omstandigheden, rechtvaardigingsgronden (noodweer, noodtoestand, …)
    4. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid: moreel element (opzet, onachtzaamheid), schulduitsluitingsgronden (dwaling, dwang), ontoerekeningsvatbaarheid en strafwaardigheid (verschoningsgronden (uitlokking, aangifte, …) en verzachtende omstandigheden)
    5. Uitbreiding van de strafbaarheid: poging, deelneming
    6. De sanctie: bespreking verschillende straffen en sancties, straftoemeting (samenloop, herhaling, …), verval van de straf.
    Studiemateriaal
    • Handboek (Vereist): Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, C. Van DEN WIJNGAERT, Maklu, 2014
    • Handboek (Vereist): Strafwetboek, Wetboek van strafvordering, Bijzondere wetten, G. Vermeulen, Maklu, 2015
    • Digitaal cursusmateriaal (Vereist): Powerpoint slides
    Bijkomende info

    Het is aangewezen een strafwetboek te gebruiken tijdens het examen. Het wetboek mag gebruikt worden tijdens het examen onder volgende voorwaarden:

    • Het gebruik van een geannoteerd wetboek is verboden;
    • Het wetboek bevat nergens bijgeschreven tekst, pijlen, symbolen of enige andere tekens. Het aanbrengen van woorden, code of gebruik van kruisverwijzingen, op welke wijze ook, is verboden;
    • Tekstdelen mogen worden aangeduid door onderlijnen of met gebruik van een markeerstift. Enkel volledige woorden mogen worden aangeduid. Het is verboden om via kleuren of andere aanduidingsvormen enige code aan te brengen in de gebruikte tekst;
    • Het gebruik van ruitertjes, schuivers, post-its of een andere wijze van onderverdeling van het wetboek omwille van de gebruiksvriendelijkheid is toegelaten op voorwaarde dat dit geen systeem van kruisverwijzingen of andere vorm van codering betreft;
    • Het wetboek dient op geen enkele andere wijze als spiekinstrument of middel van examenfraude.

     

    Wetboeken worden gecontroleerd tijdens het examen. Deze die niet conform de richtlijnen zijn, worden tijdens het examen weggenomen.

    Voormelde regeling geldt als “eigen regeling”, zijnde de uitdrukkelijke afwijking van het aanvullend facultair reglement met betrekking tot het gebruik van hulpmiddelen tijdens examens d.d. 27 november 2012, zoals voorzien in artikel 2 van voormeld reglement.

     

    Leerresultaten

    Algemene Competenties

    1. Opleidingsspecifieke leerresultaten (OLR)

    Afgestudeerden kennen de centrale theoretische concepten, basismethoden en -technieken van verwante wetenschapsgebieden (in casu het recht, de psychologie, de filosofie, de geschiedenis, de sociologie).

    Afgestudeerden bezitten een grote belangstelling en gevoeligheid voor maatschappelijke en criminologische onderwerpen

     

    2. Leerresultaten van het opleidingsonderdeel

    De student heeft inzicht in de actuele strafrechtelijke regelgeving en in de bestaansreden van die regelgeving en kan zich op accurate wijze binnen dit regelgevend kader situeren.

    De student kan de centrale theoretische concepten en vakeigen termen uit strafrecht in eigen woorden en op accurate wijze uitleggen, en kan deze concepten en termen toepassen in een concrete handelingscontext.

    De student kan betekenis en consequentie geven aan door hem geobserveerde of aan hem voorgelegde strafrechtelijke casussen, problemen en gevallen in de actualiteit.

    De student kan zelfstandig een juridisch probleem kwalificeren en de relevante informatie opzoeken in vakeigen bronnen (wo wetboeken) om tot een oplossing te komen.

    De student kan verbanden leggen tussen verschillende leerstukken van strafrecht en kan problemen of lacunes in de actuele regelgeving detecteren en hierover kritisch rapporteren.

    Beoordelingsinformatie

    De beoordeling bestaat uit volgende opdrachtcategorieën:

    • Examen Schriftelijk bepaalt 100% van het eindcijfer.

    Binnen de categorie Examen Schriftelijk dient men volgende opdrachten af te werken:

    Exm. Schriftelijk met een wegingsfactor 1 en aldus 100% van het totale eindcijfer.

    Toelichting: deels multiple choice vragen en deels open vragen

    Aanvullende info met betrekking tot examinering

    Het examen voor het vak valt uiteen in twee delen. Enerzijds een examen over de leerstof gedoceerd in de hoorcolleges (op 15 van de 20 punten). Anderzijds een beoordeling op de stof behandeld in de werkcolleges (op 5 van de 20 punten).

    Het examen op de hoorcolleges heeft betrekking op de stof behandeld in de hoorcolleges (o.a. power point presentaties) alsook alle leerstof in het handboek. Dit boek dient volledig gekend te zijn, met uitzondering van de passages waarvan uitdrukkelijk wordt gezegd dat ze wegvallen. Een lijst met wegvallende passages wordt verspreid door de docent. Het examen op de hoorcolleges is schriftelijk en valt uiteen in twee delen. Een eerste deel betreft multiple choice vragen (de studenten kiezen het correcte antwoord uit vier opties) (op 10 van de 15 punten). Een tweede deel bevat open vragen (de studenten schrijven zelf hun antwoord neer) (op 5 van de 15 punten).

    Voorbeelden van multiple choice vragen alsook inoefening van deze examentechniek komt aan bod in het hoorcollege. Voorbeeld van open vragen: “De figuur van de strafbare poging wordt beschouwd als een uitbreiding van de strafbaarheid. Leg uit en specificeer waar nodig.”

    De beoordeling op het werkcollege (op 5 van de 20 punten) valt uiteen in: (a) 3 punten op medewerking (b) 2 punten op een schriftelijke oefening.

    Aanwezigheid bij de werkcolleges is verplicht en wordt bij elk werkcolleges genoteerd. Overeenkomstig het reglement op de werkcolleges kan de student enkel afwezig zijn in geval van overmacht (vb. ziekte) waarvan hij ten laatste tijdens het volgende werkcollege een attest of bewijs dient voor te leggen. Indien de overmacht niet gestaafd wordt, wordt de student automatisch naar de tweede zittijd verwezen. De student wordt eveneens verwezen naar de tweede zittijd wanneer hij opdrachten niet uitvoert. Wanneer een opdracht te laat wordt uitgevoerd, wordt de student wel gequoteerd op deze opdracht doch wordt de laattijdigheid mee in rekening genomen. Indien een student meermaals gewettigd afwezig is geweest, zal hem een bijkomende opdracht worden opgelegd.

    Het cijfer dat een student voor de werkcolleges in eerste zittijd behaalt, wordt behouden in de tweede zittijd tenzij de student hiervan uiterlijk voor 15 juli schriftelijk afstand doet aan de decaan, de titularis en de assistent. In dat geval dient de student een juridische verhandeling te schrijven over een opgelegd strafrechtelijk onderwerp . Deze opdracht (en de inleveringsdatum) wordt na de deliberatie in eerste zit aan de student meegedeeld en wordt mondeling besproken tijdens de tweede zittijd.